zondag 12 juni 2011

Soundgarden - Badmotorfinger (1991)


Mijn eerste introductie van Soundgarden was op Pinkpop.
Na een geslaagd optreden van Pearl Jam toch wel benieuwd naar die andere act uit Seattle.
Allemaal een stuk dreigender; een satanisch ogende gitarist, een bassist met magere lange benen, struikelend over losrakende schoenveters van zijn Dr. Martens, en een woest om zich heen slaande drummer.
De meeste indruk maakte echter de zanger.
Zijn uitstraling was te vergelijken met een Jesus Christus aangemoedigd door wraakgevoelens.
Vanwege het dreigende; en al snel los barstende onweer, waren we genoodzaakt ons heil te zoeken bij de toiletten.
Vanuit een overdekte Dixie kon ik al staande op de pot nog een glimp opvangen.
Als moeraswezens probeerde een moshende menigte zich staande te houden in de glibberige modder.
Badmotorfinger was niet te vergelijken met Ten van Pearl Jam.
Qua sound was het een stuk lichter.
Alsof een commune van hippies verjaagd werd door een groep Hells Angels.
Ik kon me dan ook geen voorstelling maken van het feit dat beide bands net een emotioneel geladen samenwerking erop hadden zitten.
Temple Of The Dog lag duidelijk meer in het verlengde van Pearl Jam.
Chris Cornell openbaarde daar zijn kwetsbaarheid.
Aan dit album waagde ik me maar niet.
Iets teveel Metal.
Pas na de single Black Hole Sun met terugwerkende kracht deze beluisterd.
De logge sound sprak me toen meer aan.
Ondanks de lompigheid zat het vrij gestructureerd in elkaar.
Veel nummers hebben vanwege het herhalende thematiek een verslavende werking.
Mantra’s die zich vast kleven aan de binnenkant van je schedel.
Langzaamaan je brein binnen dringen.
Een frontman met een zeer groot muzikaal bereik.
Terwijl hij nergens echt uit de bocht vliegt.
Het beste effect behalend bij Rusty Cage, Slaves and Bulldozers en Jesus Christ Pose.
Toch zal het nooit een plaat worden die ik vaak op zet.
Zo eens per jaar passeert hij.

12 juni 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie posten