zaterdag 12 februari 2011

Leonard Cohen - Songs of Leonard Cohen (1967)


De hogepriester van de popmuziek.
Vanuit zijn preekstoel verkondigd hij zijn Evangelie.
Aangepast aan de gebeurtenissen om hem heen.
Vrije seks in de zomer der liefde.
Knielend achter Moeder Overste onder haar rok glurend.
Terwijl je net van haar de Heilige hostie hebt ontvangen.
Verlangend naar een ander lichaam.
Niet dat van God.

Leonard Cohen trekt het boetebeeld aan.
Toont zich als herboren gelovige.
In de meest menselijke vorm.
Die van vlees en bloed.

Suzanne als een nieuwe Maria Magdalena.
Hippies die als apostelen zich aan haar binden.
Een laatste avondmaal.
Genietend van haar verboden vruchten.
Als een veroorloofde orgie.
Ontstaan door een overvloed van liefde.

Als een jonge Messias kijkt een man indringend naar me.
Het beeld op de albumhoes blijft me trekken.
Hij lijkt op een oudere broer van Dustin Hoffman
Via The Graduate tevens in opkomst.
33 jaar oud was Leonard Cohen hier al.
Dezelfde leeftijd die Christus had tijdens zijn overlijden.
Het lijkt wel een Wederopstanding.

Leven staat centraal.
Een persoonlijke bijbel.
Nooit eerder klonk een zanger zo overtuigend op zijn debuut.
Alsof het door een hogere macht gemaakt werd.
Een aartsengel verkozen om dit tot uitvoering te brengen.
Onder zijn volgelingen generaties van grote muzikanten.
Tot inspiratie gebracht door dit album.
Nick Cave, Marc Almond, Walkabouts en zelfs Tom Waits.
Hoe anders zou hun muziek klinken zonder deze mijlpaal.
De emoties van jongelingen als Rufus Wainwright en Antony Hegarty.
Vinden hun oorsprong bij de meester zelf.

Dit is van een ander nivo als Idols.
Daar loopt men weg met het latere Hallelujah.
Waarschijnlijk zou Cohens typerende stemgeluid de voorrondes niet eens overleven.

12 februari 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie posten