donderdag 24 februari 2011

Deep Purple - Machine Head (1972)


De opleving van de hardere rock muziek begin jaren 70 uiteraard niet mee gemaakt.
Soortgelijke ervaring wel gehad met de grunge, begin jaren 90.
Wel had mijn vader verschillende klassiekers in zijn platenkast staan.
Dus geheel onbekend ben ik er niet mee.
Free, Led Zeppelin, Black Sabbath en Queen.
Natuurlijk ook Machine Head van Deep Purple.
Al liet ik deze altijd links liggen.
Het ontbreken van Child In Time nodigde niet uit.
Waarom hier dan mijn kostbare tijd aan voldoen.
Pas via een televisie uitzending over dit album me er toch eens aan gewaagd.

Wat valt er over te zeggen.
Smoke On The Water is bekend vanwege dat geweldige gitaarrifje.
De inhoud van de tekst spreekt me niet zo aan.
Gewoon een verwoording van het opnameproces.
Hoe zaken tegen kunnen zitten.
Om uiteindelijk tot een mooi resultaat te komen.
Wel origineel te noemen.
Maar teveel een dagboekverslag.
Met toeval tussen de geschreven nummers beland.

Highway Star is het hoogtepunt.
Ondanks de eerste tonen doen denken aan L.A. Woman van The Doors.
Ode aan Jim Morrison?
Deze te vroeg overleden popster schitterde namelijk net aan de melkweg.
Zo leg ik het mijn dochtertje van drie jaar namelijk uit.
Als je dood gaat wordt je een sterretje.
De primal scream van Ian Gillan.
Die niet de demonen van zich af schreeuw.
Maar juist oproept.
Als liefhebber van Iron Maiden hoor ik hun structuur hier in terug.
Bruce Dickinson heeft een soortgelijke manier van zingen.
Jon Lord als een hedendaagse Mozart.
Ritchie Blackmore als het andere wonderkind.

Toch ben ik niet geheel enthousiast.
Te vaak het gevoel dat het ontaard in oeverloze jamsessies.
Alsof het talent zo nodig allemaal hun steentje moeten bij dragen.
Bij Child In Time werkt dat perfect.
Maar dat gevoel heb ik hier helaas niet altijd.

24 februari 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie posten