vrijdag 16 april 2010

Portishead - Dummy (1994)


De eerste keer Portishead horen is na afloop verbaasd achter blijven.
De kunst om mij direct bij de laatste tonen terug verlangen naar het gevoel.
Terwijl tijdens de luisterervaring dat niet ervaren wordt.
Sour Times heb ik waarschijnlijk gewoon op de radio gehoord.
Vervolgens bleef de melodie en zang wekenlang ergens in mijn hoofd hangen.
Wat was dat precies?
Zou ik het dan toch gedroomd hebben?

Pas toen ik maanden later Glory Box hoorde, wist ik het zeker.
Dit was de band van het liedje dat een langere periode mijn gedachtes terroriseerden.
Vreemd genoeg deed het mij in eerste instantie aan Julee Cruise denken; indirect dus ook aan de Twin Peaks serie.
Alsof er een schizofrenie zangeres ergens in een rokerig café onthult dat ze de moordenaar van Laura Palmer is.
Verder had de sfeer raakvlakken met de muziek en uitstraling van Vaya Con Dios.
De term Triphop bestond nog niet.
En dat werkte toen nog in het voordeel.

Het spookachtige waarmee Mysterons opent doet mij verlangen naar foute kwetsbare vrouwen.
Ik ben geneigd om een sigaret aan te steken; terwijl ik al jaren gestopt ben.
De drum als marcherende soldaten.

Vervolgens het western geluid van Sour Times.
Stoffige laarzen in de woestijn.
Fel verbrande bruine gezichten.
Aangetast door nicotine.
De plaatselijke hoerenmadam op zoek naar liefde.

Strangers; Assepoester in het concertgebouw.
Haar 15 minuten van roem.
Zittend op een VIP plaats; ondertussen de klokwijzers in de gaten aan het houden.
De sampler tussendoor klinkt als een aflopend wekker alarm.

It Could Be Sweet doet me verdrinken in de jaren 80 soul van Sade.
Heerlijk cocktailsausje op het neusje van de zalm.
Beth Gibbons misschien wel niet in haar meest herkenbare vorm.
Wel weer groots gezongen.

Wandering Star is een weg gedoken jong meisje.
Stiekem in de nacht op zolder aan het zingen.
Nog onzeker en voorzichtig.
Hopend dat niemand haar zal horen.
De toevoeging van de samplers geeft het de sfeer van een rituele begrafenis ergens in Midden Amerika.

It’s A Fire is de vreugde van het ouderschap.
Een brandend nieuw licht in je leven.
Al het andere is opeens onbelangrijk.
Het draait uiteindelijk maar om een ding; liefde.

Met Numb zitten we opeens na sluitingstijd op de kermis.
De geruchten van een verdwenen verliefd stelletje in het spookhuis.
De inbraak, en het nooit meer weder keren.
Beth als verhalenverteller in een jazz club.

Voor mij is Roads ook een van de hoogtepunten.
Je hoort het verdriet in de zangpartijen.
Een gebroken bedrogen vrouw, die zich voor de buitenwereld groot houdt.
Elke avond verbitterde tranen in teveel glazen rode wijn.

Pedastal is met het Miles Davis achtige trompetgeluid af.
Van mij mag Geoff Barrow zich best eens wagen aan zijn Kind of Blue.
Hij zou een gewaagde versie hiervan kunnen maken.
Al zullen puristen het vervloeken als hij zich daarin zou verdiepen.

Bij Biscuit moet ik denken aan een trip met een onbekende drug.
De omgeving veranderd telkens waardoor een wanhopige Beth naar de uitgang zoekt.
Alice In Wonderland.
Bang om opgeslokt te worden door de waterpijp rokende rups.

Glory Box is bijna even sterk als Sour Times.
De veel gebruikte sampler van Isaac Hayes Ike’s Rap III.
Ook door Tricky treffend gebruikt in Hell Is Round The Corner.
De kracht in het nummer zit zich wel in de psychisch gestoorde uithalen van Gibbons.
Je voelt ze de controle verliezen.
Om uiteindelijk helemaal los te gaan.
Overgave aan totale waanzin.

16 april 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie posten