vrijdag 12 maart 2010

The Cult - Love (1985)


Altijd gedacht dat Guns N' Roses hun roots in de hardrock en glamrock van de jaren 70 heeft gehad, maar Love van The Cult laat duidelijk horen dat dit niet het geval is.
De meester van Slash heet niet Jimmy Page maar Billy Duffy.
Zelfs de uiterlijke verschijning van Axl Rose is geïnspireerd door Ian Astbury.
Blijkbaar heeft hij bij hem in zijn verkleedkist mogen kijken, en de hoofddoek en te strakke leren broek geleend.
Een grappig feit is dat latere The Cult drummer vervolgens ook een periode bij Guns N' Roses aan de slag ging.

Na het meer wave gerichte Dreamtime krijg je nu op Love een meer rock gericht geluid te horen, waar een hoofdrol is weg gelegd voor gitarist Billy Duffy.
Bij nummers als Big Neon en Nirvana klinkt hij als een ruigere versie van Johnny Marr van The Smiths.
Nadat veel wave bands een link leggen naar het Midden Oosten, is er bij Ian Astbury een duidelijke hang naar de Indianenstammen van Noord-Amerika.
Hierdoor is de link naar Jim Morrisson weer gelegd; welke rol hij later rond 2000 een tijdje mag vervullen.

Het artwork van dit album spreekt mij aan.
Het heeft raakvlakken met The Crossing van Big Country en Gods Own Medicine van The Mission.

Met She Sells Sanctuary lukt het ze om bij een groter publiek naamsbekendheid op te bouwen.
Persoonlijk vind ik de andere singels Rain en Revolution een stuk sterker, maar vanwege het pakkende intro, en het hoge meezing gehalte kan ik het succes van She Sells Sanctuary wel verklaren.

Dat The Cult vervolgens er voor koos om met Electric en Sonic Temple een harder geluid neer te zetten, was een logische stap in hun ontwikkeling.
Alleen voor mij een reden om ze minder te volgen.
Het overheersende ego van Ian Astbury; met als dieptepunt Pinkpop 1992, had daar uiteraard ook een belangrijke rol in.
Jammer, want muzikaal gezien klinkt het live wel meestal oke.

12 maart 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie posten